Naar inhoud springen

Functieanalyse

Transformaties van functiegrafieken: verschuiven, spiegelen en schalen

Veel grafieken kunnen vanuit een basisfunctie worden verkregen. Voor \(y=a\,f(b(x-h))+k\) bepalen \(h\) en \(k\) de verschuiving, terwijl \(a\) en \(b\) de schaal en eventuele spiegeling bepalen.

1. Verticale verschuiving

\(f(x)+k\) verschuift de grafiek k eenheden omhoog als k positief is en omlaag als k negatief is.

2. Horizontale verschuiving

\(f(x-h)\) verschuift de grafiek h eenheden naar rechts. Het teken binnen de haakjes werkt dus tegengesteld aan de verschuivingsrichting.

3. Spiegeling

  • \(-f(x)\): spiegeling in de x-as.
  • \(f(-x)\): spiegeling in de y-as.

4. Rekken en samendrukken

Bij \(a f(x)\) worden alle y-waarden met a vermenigvuldigd. Bij \(f(bx)\) worden horizontale afstanden door \(|b|\) gedeeld.

5. Vergelijk grafieken

Teken bijvoorbeeld x^2, (x-2)^2+1 en -2*(x-2)^2+1 tegelijk in de grafische rekenmachine. Gebruik verschillende kleuren en vergelijk toppen, symmetrieassen en openingsrichting.

Lees vervolgens hoe transformaties de asymptoten beïnvloeden.