Een juiste grafiek begint met een eenduidig geschreven formule. Online Graphing ondersteunt wiskundige notatie, maar haakjes en bewerkingstekens moeten in de invoerregel correct worden gebruikt.
1. Basisbewerkingen
- Optellen en aftrekken:
x+2,x-3 - Vermenigvuldigen:
2*x - Delen:
(x+1)/(x-2) - Macht:
x^3 - Haakjes:
2*(x-1)^2
Schrijf het vermenigvuldigingsteken expliciet om twijfel te voorkomen, vooral tussen een getal en een variabele of tussen twee haakjes.
2. Wortels en absolute waarden
sqrt(x+2)
abs(x-3)
Zet de volledige uitdrukking onder de wortel tussen haakjes. Voor \(\sqrt{x+2}\) begint het reële domein bij \(x\ge -2\).
3. Goniometrische functies
sin(x)+cos(x)
tan(x)
2*sin(3*x)
Controleer of de hoekeenheid radialen of graden is. Bij analyse en differentiëren worden meestal radialen gebruikt.
4. Exponentiële en logaritmische functies
exp(x)
ln(x)
log(x)
2^x
Het argument van een logaritme moet positief zijn. Voor een ander grondtal kunt u \(\log_a x=\ln x/\ln a\) gebruiken.
5. Fouten opsporen
- Controleer of alle haakjes gekoppeld zijn.
- Gebruik in code een punt als decimaalteken.
- Schrijf vermenigvuldiging expliciet met
*. - Houd rekening met het domein van de functie.
- Test een ingewikkelde uitdrukking eerst in afzonderlijke delen.
Probeer de voorbeelden in de grafische rekenmachine en lees daarna hoe u domein en bereik uit een grafiek bepaalt.